informatie...
De Sint Werenfriduskerk:
De
neo-gotische Rooms Katholieke Sint Werenfriduskerk uit 1877 is een typisch werkstuk van de bekende bouwmeester
A. Tepe, die zich liet inspireren door de Westfaalse en Nederrijnse
gotiek. De gave en rijke inrichting
is grotendeels vervaardigd door de leden van het St. Bernulphus Gilde. De vorm is die van een
pseudo-basiliek.
De kerk is geheel van baksteen gebouwd en wordt gedomineerd door de 65 meter hoge,
steunbeerloze toren.
De architectuur is sober, maar goed van verhoudingen, terwijl rijke versierselen in de vorm van beschilderingen,
beeldhouwwerken en gebrandschilderde ramen een feestelijke sfeer scheppen.
Langs de wanden hangen
kruiswegstatiën, die in 1851 door de Friese schilder Otto de Boer zijn vervaardigd.
De ingang van het koor wordt gemarkeerd door een
triomfkruis, dat men nog slechts zelden in een kerk aantreft.
Het orgel is een werkstuk van
gebroeders Adema.
Zijkapel.
In de kapel is een houten lambrisering opgesteld, afkomstig uit een gotsche kerk in Walingdorf
(Oost Duitsland)
Opvallend zijn, naast de rijke decoratie, de in hout gesneden weergaven van schilderijen van Rafaël
en de gebroeders van Eijk. Boven de lambrisering hangen enkele schilderijen van o.a. een op Rubens geïnspireerde
bewening van Christus. Men zal zeker de tijd en moeite moeten nemen om deze kapel te bezichtigen.
De manshoge lambrisering is het meest opzienbarende kunstwerk, uniek voor Friesland, ja voor heel Nederland.
De Workumer Kamer:
Een waardevol stuk oud-Workum is de Workumer Kamer, ingericht in een huis in Workum
tijdens de laatste jaren van de 18e eeuw. In de voormalige pastorie bevindt zich de
Workumer Kamer. De kamer is afkomstig uit het huis op Sùd 111. Aan het eind van de
18e eeuw woonden hier Lieuwe Hielkes met zijn vrouw Simkjen Alberts Potma. In 1791
wordt zoon Albert geboren. De eigenaar van het huis heeft de Kamer aangekleed ter
gelegenheid van deze geboorte van zijn zoon. De eerste steen werd in mei 1797 door
de toen vijfjarige Albert gelegd. Dit feit is terug te lezen in het medaillon.
In 1876 op 12 december wordt de bekende beeldhouwer Tjipke Visser ook in de Kamer
geboren. Toen de woning
in 1919 te koop werd aangeboden en de tableaus naar het buitenland dreigde te worden
verkocht, kwam de Kamer door bemiddeling van Tjipke Visser in het bezit van het Fries
Genoortschap om in het door dit genootschap beheerde Fries Museum te worden tentoongesteld.
In 1996 komt de Workumer Kamer weer terug in Workum en vindt een plaats in het Museum voor kerkelijke kunst.
De kamer bevat naast een fraaie schoorsteenmantel en een wandbetimmering betegelde wanden
met vier grote tegeltableaus en een aantal kleinere. De tegeltableaus zijn versierd met
voorstellingen van de vier jaargetijden, waarschijnlijk naar Franse prenten aan het eind van de
18e eeuw. Deze voorstellingen zijn omgeven door ornamentwerk in Lodewijk XVI-stijl en enkele
haven- en scheepsvoorstellingen. De schildering boven de schoorsteenmantel stelt de gevangenneming
van Jozef voor. Daaronder zien we een tableau met daarop een beeld uit de gelijkenis van Zacheüs in
de vijgeboom.
De tegels zijn versierd door de Makkumer tegelschilder Adam Seibel en zijn afkomstig uit de
plateelbakkerij van de familie Tichelaar te Makkum.
Het geheel omvat ongeveer 1500 tegels. Het bedschut, de schouw en het plafond zijn
uitgevoerd in appelbloesem-kleur, hetzij gebeeldhouwd hetzij geverfd. De Scandinavische invloed, die zo
opmerkelijk is in de volkskunst van het nabije Hindeloopen, valt hier niet waar te nemen.
Adam Sijbel
Geboren omstreeks 1743. Trouwt op 12 juli 1778 in de Nieuwe Kerk te Amsterdam met de 30 jarige
Sara van Woensel. Adam Sijbel verhuist op 7 juli 1784 met attestatie van de Doopsgezinde Gemeente
("De Zon") van Amsterdam naar Makkum. Hij gaat daar werken bij de in 1783 door de weduwe van
Hylke Jans Kingma opgerichte tegel-en aardewerkfabriek. Van 4 juli 1788 tot 22 oktober 1802 is
Sijbel in loondienst bij de firma Tichelaar. In die tijd schildert hij ook de tegels voor de
Workumer Kamer. Adam Sijbel stierf op 24 september 1803 op circa 60 jarige leeftijd.
Tjipke Visser
Geboren 12 december 1876 te Workum. Overleden op 22 januari 1955 te Bergen NH.
Nederlands beeldhouwer en houtsnijder, studeerde aan o.a. de "Rijksnormaalschool voor tekenonderwijzers"
en de "Rijksacademie van Beeldende Kunsten" te Amsterdam. Hij was een tijd tekenleraar te Edam en maakte
verschillende studiereizen door Europa. Hij werkte vooral in hout, brons en albast en maakte koppen,
dierplastieken, plastieken aan gebouwen (o.a. voor het raadhuis van Joure) en portretten.
Het monument op de begraafplaats Westerveld is van zijn hand. Hij trouwt in 1951 met een van zijn leerlingen,
Maria Hoeben. In 1915 wordt hun dochter Marijcke geboren. In hetzelfde jaar overlijdt Maria.
Na de eerste wereldoorlog neemt Tjipke Visser het initiatief tot de oprichting van de "Nederlandse
Kring van Beeldhouwers" waarvan hij de eerste voorzitter wordt. In 1922 trouwt hij met Johanna de Geus.
Ze trekken samen de wijde wereld in. In 1955 overlijdt hij en zijn asurn wordt bijgezet in het familiegraf
op het kerkhof van zijn geboorteplaats Workum. Zijn dochter Marijcke had de grafsteen gemaakt.
Het museum "Warkums Erfskip" bezit een drietal beeldhouwwerken van Tjipke Visser. In het koor van de Sint Gertrudiskerk
is ook een prachtig beeldhouwwerk en houtsnijwerk van Tjipke Visser te bewonderen.
Het museum:
Pastorie / Museum
Links naast de ingang van de kerk is het museum, met daarin de unieke Workumer Kamer (1797).
Deze authentieke tegelkamer is afkomstig uit een Workumer woning. De kamer bevat o.a. fraaie
beschilderingen, beeldhouwwerk en vier grote tegeltableaus, waarop de vier jaargetijden zijn
verbeeld. Verder vinden we in het museum een bijzondere collectie liturgische kleding, kerkelijk
zilver, beelden en andere kunstschatten.
Ook houdt het museum de herinnering levend aan de in 1980 overleden pastoor J.H. Janning.
Hij was namelijk niet alleen kunstverzamelaar maar ook kunstschilder.
Van zijn werk is in de pastorie een representatieve collectie tentoongesteld.
De Bulthuis collectie
Nanning Hendrik Bulthuis (1885 - 1977) was van beroep scheepsbouwer.
Het restaureren en bouwen van boten bracht een nieuwe bezigheid met zich mee.
Op de scheergangen, bedelbalk en roerlat van een rondbodem moesten versierselen worden
aangebracht in hout. Hij kreeg grote belangstelling voor dit werk en het bleef niet bij reliefwerk.
Hij ging ook beelden snijden, dit laatste werd zijn grote hobby. Meestal maakte hij beelden naar
aanleiding van gebeurtenissen in de maatschappij, die hem aangrepen. In de vitrines ziet u die beelden.
Samen is het een weergave van een kleine eeuw sociaal-culturele geschiedenis. De voormalige Stichting N.H. Bulthuis
heef de collectie beelden zorgvuldig bewaard, beschreven en tentoongesteld.
Nu zijn ze permanent in het museum ondergebracht.