Sinds 1570 worden de kleuren paars - wit - groen - zwart - rood gebruikt.
Paars:
Is de kleur van inkeer en versterving.
Wordt gedragen in de advent en in de vastentijd,
vaak ook bij begrafenissen en op Allerzielen.
Wit:
Is de kleur van blijdschap en zuiverheid.
Wordt gedragen van Kerstnacht tot Driekoningen,
Witte donderdag en Pasen en op feestdagen van Maria,
engelen en geloofsverkondigers.
Groen:
De kleur van de hoop en de vruchtbaarheid.
Het wordt gedragen in de tijd door het jaar een periode
van vijfentwintig weken tot in november. Zwart:
Is de kleur van rouw en droefheid.
Deze kleur wordt bijna niet meer gebruikt daarvoor in plaats is het paars.
Rood:
De kleur van liefde, van vuur, van bloed, van kracht en van de H. Geest.
Wordt gebruikt op Palmzondag, Goede Vrijdag,
Pinksteren en op herdenkingsfeesten van Martelaren.